Lesbrieven

Jaargang 5
Lesbrief 5.1 - Een nieuw begin

door Kim Nataraja

We lazen eerder hoe Abba Mozes aan Cassianus en Germanus duidelijk maakte dat het Hemels Koninkrijk de uiteindelijke bestemming is van ons spirituele leven. Van Jezus’ onderricht in Marcus (1:15) weten we dat Gods Koninkrijk binnen en onder ons is. Daarom verwijst het naar een  bewustzijn van een goddelijke aanwezigheid. De weg daarheen is, zoals Evagrius ons vertelde, het uitzuiveren van emoties door aandacht te hebben voor wat dagelijks in en buiten ons leeft, zodat we uitkomen bij een ‘zuiver hart’ (aldus Abba Mozes).

De eerste stap op onze geestelijke weg is echter een geloofsprong. John Main zegt dat meditatie een geloofsweg is omdat hij begreep dat we tijdens meditatie ‘onszelf moeten loslaten voordat de Ander verschijnt en zonder enige garantie dat de Ander daadwerkelijk zal verschijnen’. Het is een intuïtief vertrouwen dat er meer is dan alleen maar de materiële  werkelijkheid. In de stilte van de meditatie realiseren we ons dat we dit ‘meer’ kunnen ervaren, het goddelijke deel van ons wezen en onze verbinding met de goddelijke realiteit. Dit kunnen we niet met onze rationele geest.

Laurence Freeman merkt op in Aspects of Love: “Johannes zegt dat God nooit gezien werd. Met andere woorden, God kan nooit een object zijn buiten onszelf … we moeten naar dat niveau van ons wezen toe – het hart, de geest –, waar niets buiten ons is, waar we weten dat we in relatie, in de kosmische dans, met alles wat is, in God zijn.” John Main  zegt: “De reden voor onze meditatie is open te komen voor de goddelijke realiteit, die ons nader is dan onszelf.”

De tweede stap is de moeilijke weg gaan – het smalle pad -, waar we het zelf achterlaten. Maar zoals we uit ervaring weten vraagt het moed onze gedachten en beelden, ons ‘ego’ achter te laten, het gemak van onze conditionering, ons identiteitsgevoel en individualiteit, gecreëerd met onze gedachten, te laten gaan – hoewel tijdelijk. Onze groei is afhankelijk van onze relatie met onze gedachten. We moeten echter niet vergeten dat we niet alleen zijn op deze reis. Het is een reis van inspanning én genade. Het spirituele deel van ons wezen, de innerlijke Christus, helpt ons met inzicht en leiding, die we in de stilte ontvangen. Hoe meer we volharden in de meditatiebeoefening, hoe meer we dit ervaren.

Laat ik nog eens de verschillende manieren samenvatten, waarop ons ego probeert te verhinderen dat we de stilte betreden en zijn controle achterlaten. Op het moment dat we proberen te mediteren, gaat onze rationele oppervlakkige geest, het ego, in de tweede versnelling en overspoelt onze geest met gedachten. We wisten nooit hoeveel gedachten er door onze geest spookten totdat we gingen zitten en ons focuste op ons gebedswoord. Bovendien zijn deze gedachten zo alledaags en oppervlakkig dat ze ons doen huiveren. Een behoorlijk doeltreffende les in nederigheid! Dan probeert het ego ons echt te verleiden om niet de stilte in te gaan die op ons wacht. We horen haar/zijn stem, die zegt: “Dit is zo saai, slechts één woord herhalen!” Als dit ons niet weerhoudt, komt de gedachte: “Zit hier niet zomaar, ga wat doen! Een geestelijk boek lezen zou zoveel beter zijn!” Mediteer je nog steeds? Dan horen we fluisteren: “Is dit echt de juiste mantra?” of zelfs “Is dit het juiste soort meditatie?” Een spirituele vlinder worden lijkt echt de enige weg te zijn. Als je volhoudt, probeert het ego je frustratie over al deze gedachten en je waargenomen mislukking bij de meditatie te projecteren en zegt: “Een betere groepsleider zou kunnen helpen!” Als geen van deze gedachten je hebben doen stoppen, dan is er een die erg effectief is: “Dit is genotzuchtig. Je zou anderen moeten helpen in plaats van naar binnen te keren. We hebben geen contemplatie nodig, we moeten actief zijn in de wereld!” De laatste aanval is ‘heilig dommelen’, hetgeen ons verraderlijk doet geloven dat we de beloofde vrede en stilte hebben bereikt. Toch is het enige wat we hoeven te doen dit alles accepteren en ons realiseren dat het van het ego komt. Het zijn slechts gedachten, niet de waarheid. Het is allemaal vervlochten in periodes van stilte, die ons bemoedigen vol te houden.

We hebben al onderzocht hoe deze stilte verbroken kan worden door opkomende emoties, die je in het verleden vaak onderdrukt had: plotselinge tranen, gevoelens van irritatie, golven van boosheid, verveling, gevoelens van dorheid en zinloosheid. En het ego denkt dan dat ie een troef heeft: “Waarom zou je je achteraf slecht voelen?”

Het laatste type gedachten, dat het ego gebruikt om te voorkomen dat we zijn/haar invloedssfeer verlaten zijn het moeilijkst, omdat ze gebaseerd zijn op onze wonden veroorzaakt zijn door echte of vermeende onvervulde overlevingsbehoeften in onze kindertijd: “God kan niet onvoorwaardelijk van je houden. Je bent niet beminnenswaardig! Bovendien bestaat er niet zoiets als onvoorwaardelijke liefde!” Deze gedachten spelen in op het gemis van liefde in je kindertijd. Net zo doeltreffend is de vraag: “Heb je wel controle?” vergezeld van “ik weet niet of dit wel veilig is!” een gevoel dat je behoefte aan controle en veiligheid je wordt aangerekend. Misschien werd je niet gewaardeerd of gerespecteerd en dan zou deze vraag kunnen werken: “Niemand bidt zo. Je bent de enige die vreemd doet!” en “Zo bidden mijn ouders niet. Ik moet loyaal zijn.”

Met goddelijke leiding tenslotte wordt de stem van het ego tot zwijgen gebracht en overstegen. Nu kan het gebed van Paulus voor ons werkelijkheid worden: “onze innerlijke ogen mogen verlicht worden” zodat we de Goddelijke Werkelijkheid kunnen ervaren en daarbij weten dat dit de hele mensheid en schepping omvat. Zo herinneren we ons dat we allemaal “kinderen van God zijn” (2 Kor 7) en dat “het bewustzijn dat in Christus was, ook in ons is” (Fil 2,5)