![]() | |
|
|
Woestijnvaders
Woestijnvaders en -
moeders In de tekst over John Main is iets gezegd over de inspiratie die hij vond bij de woestijnvaders. Wie zijn dat, de woestijnvaders? In het kort een goed beeld geven van de woestijnvaders is niet mogelijk. Daarom is hieronder verwezen naar literatuur waar men er meer over kan vinden.
In de vierde en vijfde eeuw trokken
veel christenen, mannen en vrouwen (er zijn dus ook woestijnmoeders), zich terug
in de eenzaamheid van de woestijn. Er waren vóór die tijd ook al kloosters maar
het aantal groeide daarna enorm. In Egypte ca.
De woestijn was altijd al de plaats waar christenen naar toe vluchtten in de
tijd van de vervolging van het Christendom. In 313 wordt het Christendom formeel
erkend door de Romeinse keizer. De woestijn wordt dan de plaats waar veel
christenen heen gaan op zoek naar een authentiek christelijk leven wat zij in de
dan veilige samenleving niet goed konden realiseren. Er zou ook een reactie zijn
geweest op het hedonisme en de verslapping waardoor de latere periode van het
Romeinse Rijk wordt gekenmerkt. Het gaat om grote aantallen. Tegen het einde van de vierde eeuw zouden er dertigduizend monniken en nonnen zijn geweest (zie ´Dans met je Schaduw´ van Kim Nataraja, pag. 188).
De woestijnvaders schreven over de eenzaamheid in de woestijn, over de stilte,
over de innerlijke rust waarnaar zij streefden, over het zuiveren van je emoties
en over de wijze van bidden. Er zijn veel teksten bewaard gebleven. Een bekende
woestijnvader is Evagrius (345-399). Zijn belangrijkste werken zijn pas vorige
eeuw gevonden. Voordat hij zich afzonderde in de woestijn was hij in de leer
geweest bij de Cappadociërs. Cappadocië in Turkije was een belangrijk centrum
van de vroege kerk.
Evagrius schrijft over het begrip “apatheia” (het Griekse woord voor vrij zijn
van hartstochten). Het is een toestand waarin hartstochten niet meer de baas
over je zijn (zie Anselm Grün in ´Rituelen voor lichaam en ziel´). De
hartstochten zelf, een essentieel onderdeel van de mens, verdwijnen niet. Ze
beheersen je echter niet meer en je kunt er mee omgaan. Apatheia en liefde
ondersteunen bij Evagrius elkaar. De apatheia is een voorwaarde om tijdens het
bidden helemaal één te worden met God. Hij noemt dit het zuivere gebed. Het is
het gebed van niet-denken, een gebed zonder beelden of gedachten van welke soort
ook. Kim Nataraja werkt dit uit in haar boek ´Dans met je Schaduw´ (pag. 132
e.v.).
Ruïne
klooster, Cappadocie
De woestijnvaders spreken ook over het gebed van het hart. Bij het gebruik van het woord hart gaat het niet alleen om het affectieve leven maar om hart als bron van bewuste, verstandelijke en vrije persoonlijkheid. Het gebed van het hart blijft niet bij vrome woorden of gevoelens maar is een gebed vanuit je diepste wezen. Henri Nouwen schrijft in zijn boekje ´De woestijn zal bloeien´ (pag. 78) over een zeer mystiek inzicht in het gebed bij de woestijnvaders; gebed dat doordringt tot in onze diepste zijnsgrond en niets onaangeraakt laat.
Cassianus ca.360 – 435 (hij werd genoemd bij de tekst over John Main in deze
website) was geen woestijnvader maar heeft met hen uitgebreid contact gehad
zoals er velen zijn geweest die de woestijnvaders bezochten. Cassianus spreekt
over de zuiverheid van het hart en leerde evenals Evagrius over het stille
gebed, het gebed zonder beelden en zonder denken. Hij noemt ook het steeds
herhalen van een gebedswoord dat later in het Oosten tot bloei kwam als
hesychasme (zie hieronder). Cassianus heeft tijdens zijn verblijf bij de
woestijnvaders o.a. gesprekken gehad met de abt Isaäk de Syrier. Er zijn
traktaten bewaard gebleven over die
gesprekken. In het Tiende gesprek dat Cassianus had met hem wordt het volgende
geschreven. ´Daarom ga ik (abt Isaäk) u nu ook voor de geestelijke beschouwing
een model geven, waarop ge steeds met alle volharding uw blik moet
vestigen´. Het model ofwel de
gebedsformule is voor Isaäk: “God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te
helpen”(Ps. 69,2). Isaäk vertelt nog dat het is overgeleverd door de alleroudste
vaders die nog in leven waren. In plaats van gebedsformule spreken wij ook wel
over mantra (zie ook Frank X. Tuoti, Why Not Be a Mystic?, pag.
88).
Hesychasme Terzijde
wordt hier nog iets gezegd over het woord ´hesychasme´.
Henri Nouwen schrijft er in genoemd boekje (pag. 67) het volgende
over. ´Het Griekse woord voor
´rust´ is ’hesychia´,
en het woord ´hesychasme´ gaat terug tot de eerste woestijnvaders. Een man of
een vrouw die de woestijn van het hart en het zwijgen zoekt om ononderbroken te
bidden, is een ´hesychast´. Het gebed van de hesychast is een bidden in rust.
Maar die rust wil nu ook weer niet zeggen, dat men geen angst of moeilijkheden
meer kent. Het is eerder een toestand van rusten-in-God, één zijn met Hem te
midden van de strijd van elke dag.´ In de oosters-christelijke kerk overleefde
deze traditie. In het Westen werd deze traditie in de 19e eeuw bekend
via het boek ´De ware verhalen van een Russische Pelgrim´. Volgens
Gregorius van Nyssa zou de oorsprong ver in het verleden liggen. Hij legt het
terug bij Maria (zie William Johnston, Mystical Theology, pag 55).
Henri Nouwen, 1986, De woestijn zal bloeien (Lanno,
Tielt) William Johnston, 1995, Mystical Theology ( Frank X. Tuoti,1998, Why not be a mystic (Crossroad,
Anselm Grün, 2005,
Rituelen voor lichaam en ziel (Ten Have) Anonieme schrijver, 1977, De ware verhalen van een
Russische Pelgrim (Gottmer, Haarlem) Kim Nataraja,
2008, Dans met je Schaduw (uitgegeven in eigen beheer, zie onder SHOP in deze
site) Voor algemene
informatie zie ook op internet: Charles
van Leeuwen,1998, De Woestijnvaders en de Stilte
|