Woestijnvaders

 

Woestijnvaders en - moeders

         In de tekst over John Main is iets gezegd over de inspiratie die hij vond bij de woestijnvaders. Wie zijn dat, de woestijnvaders?  In het kort een goed beeld geven van de woestijnvaders is niet mogelijk. Daarom is hieronder verwezen naar literatuur waar men er meer over kan vinden.

 

         In de vierde en vijfde eeuw  trokken veel christenen, mannen en vrouwen (er zijn dus ook woestijnmoeders), zich terug in de eenzaamheid van de woestijn. Er waren vóór die tijd ook al kloosters maar het aantal groeide daarna enorm. In Egypte ca. 80 km ten zuiden van Alexandrië aan de rand van de Sahara was zo’n centrum van kloosters. Er zijn er nog vier over, daterend uit de vierde eeuw. Meestal wordt alleen de Egyptische woestijn genoemd. Maar ook in de woestijn van Syrië en Palestina kwamen zij voor.

         De woestijn was altijd al de plaats waar christenen naar toe vluchtten in de tijd van de vervolging van het Christendom. In 313 wordt het Christendom formeel erkend door de Romeinse keizer. De woestijn wordt dan de plaats waar veel christenen heen gaan op zoek naar een authentiek christelijk leven wat zij in de dan veilige samenleving niet goed konden realiseren. Er zou ook een reactie zijn geweest op het hedonisme en de verslapping waardoor de latere periode van het Romeinse Rijk wordt gekenmerkt.

         Het gaat om grote aantallen. Tegen het einde van de vierde eeuw zouden er dertigduizend monniken en nonnen zijn geweest (zie ´Dans met je Schaduw´ van Kim Nataraja, pag. 188).

 

         De woestijnvaders schreven over de eenzaamheid in de woestijn, over de stilte, over de innerlijke rust waarnaar zij streefden, over het zuiveren van je emoties en over de wijze van bidden. Er zijn veel teksten bewaard gebleven. Een bekende woestijnvader is Evagrius (345-399). Zijn belangrijkste werken zijn pas vorige eeuw gevonden. Voordat hij zich afzonderde in de woestijn was hij in de leer geweest bij de Cappadociërs. Cappadocië in Turkije was een belangrijk centrum van de vroege kerk.

         Evagrius schrijft over het begrip “apatheia” (het Griekse woord voor vrij zijn van hartstochten). Het is een toestand waarin hartstochten niet meer de baas over je zijn (zie Anselm Grün in ´Rituelen voor lichaam en ziel´). De hartstochten zelf, een essentieel onderdeel van de mens, verdwijnen niet. Ze beheersen je echter niet meer en je kunt er mee omgaan. Apatheia en liefde ondersteunen bij Evagrius elkaar. De apatheia is een voorwaarde om tijdens het bidden helemaal één te worden met God. Hij noemt dit het zuivere gebed. Het is het gebed van niet-denken, een gebed zonder beelden of gedachten van welke soort ook. Kim Nataraja werkt dit uit in haar boek ´Dans met je Schaduw´ (pag. 132 e.v.).

 

 

Ruïne klooster, Cappadocie

 

 

         De woestijnvaders spreken ook over het gebed van het hart. Bij het gebruik van het woord hart gaat het niet alleen om het affectieve leven maar om hart als bron van bewuste, verstandelijke en vrije persoonlijkheid. Het gebed van het hart blijft niet bij vrome woorden of gevoelens maar is een gebed vanuit je diepste wezen. Henri Nouwen schrijft in zijn boekje ´De woestijn zal bloeien´ (pag. 78) over een zeer mystiek inzicht in het gebed bij de woestijnvaders; gebed dat doordringt tot in onze diepste zijnsgrond en niets onaangeraakt laat.

 

         Cassianus ca.360 – 435 (hij werd genoemd bij de tekst over John Main in deze website) was geen woestijnvader maar heeft met hen uitgebreid contact gehad zoals er velen zijn geweest die de woestijnvaders bezochten. Cassianus spreekt over de zuiverheid van het hart en leerde evenals Evagrius over het stille gebed, het gebed zonder beelden en zonder denken. Hij noemt ook het steeds herhalen van een gebedswoord dat later in het Oosten tot bloei kwam als hesychasme (zie hieronder). Cassianus heeft tijdens zijn verblijf bij de woestijnvaders o.a. gesprekken gehad met de abt Isaäk de Syrier. Er zijn traktaten  bewaard gebleven over die gesprekken. In het Tiende gesprek dat Cassianus had met hem wordt het volgende geschreven. ´Daarom ga ik (abt Isaäk) u nu ook voor de geestelijke beschouwing een model geven, waarop ge steeds met alle volharding uw blik moet vestigen´.

Het model ofwel de gebedsformule is voor Isaäk: “God, kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen”(Ps. 69,2). Isaäk vertelt nog dat het is overgeleverd door de alleroudste vaders die nog in leven waren. In plaats van gebedsformule spreken wij ook wel over mantra (zie ook Frank X. Tuoti, Why Not Be a Mystic?, pag. 88).

 

 

Hesychasme

Terzijde wordt hier nog iets gezegd over het woord ´hesychasme´. Henri Nouwen schrijft er in genoemd boekje (pag. 67) het volgende over.  ´Het Griekse woord voor ´rust´ is ’hesychia´, en het woord ´hesychasme´ gaat terug tot de eerste woestijnvaders. Een man of een vrouw die de woestijn van het hart en het zwijgen zoekt om ononderbroken te bidden, is een ´hesychast´. Het gebed van de hesychast is een bidden in rust. Maar die rust wil nu ook weer niet zeggen, dat men geen angst of moeilijkheden meer kent. Het is eerder een toestand van rusten-in-God, één zijn met Hem te midden van de strijd van elke dag.´ In de oosters-christelijke kerk overleefde deze traditie. In het Westen werd deze traditie in de 19e eeuw bekend via het boek ´De ware verhalen van een Russische Pelgrim´.

Volgens Gregorius van Nyssa zou de oorsprong ver  in het verleden liggen. Hij legt het terug bij Maria (zie William Johnston, Mystical Theology, pag 55). 

 

 

 

Henri Nouwen, 1986, De woestijn zal bloeien (Lanno, Tielt)

William Johnston, 1995, Mystical Theology (Maryknoll, New York)

Frank X. Tuoti,1998, Why not be a mystic (Crossroad, New York)

Anselm Grün, 2005, Rituelen voor lichaam en ziel (Ten Have)

Anonieme schrijver, 1977, De ware verhalen van een Russische Pelgrim (Gottmer, Haarlem)

Kim Nataraja, 2008, Dans met je Schaduw (uitgegeven in eigen beheer, zie  onder SHOP in deze site)

Voor algemene informatie zie ook op internet: Charles  van Leeuwen,1998, De Woestijnvaders en de Stilte